08-07-09

TMB-Dag 4

tmb_dag4

Op het schema: vertrek Refugio Elisabetta Soldini - korte afdaling naar Lac Combal - chalet de l'Alpe Superieure de 'l Arp Vieille - Mont Favre - Lac Chécroui - col de Chécroui - Courmayeur - refuge Giorge Bertone. Normale wandeltijd: 7u25'

En zie: ‘s anderendaags werden we wakker onder een staalblauwe hemel. De zon en het magnifieke uitzicht dat we nu plots te zien kregen mistten hun effekt niet.
Maar warm was het zeker en vast niet, dat zie je wel op de foto hieronder, met op de achtergrond nog de vallei tussen twee bergflanken, dezelfde bergflanken die ons gisteren van de volledige verdwaling en de vriesdood redden, omdat we wisten dat we ertussen moesten blijven.

tmb9


Wel werd besloten om enigszins af te wijken van de oorspronkelijke route: in plaats van via een beklimming over l’Alpe Supérieure naar Courmayeur te gaan besloten we een langzame afzink naar het Italiaanse stadje te nemen. We namen dit besluit unaniem omdat we nog vermoeid waren van de dag voordien, en omdat de beklimming naar de Mont Favre naar verluidt over een lastig en gevaarlijk parcours liep, en gisteren hadden we  - naar onze mening - genoeg gevaarlijke uurtjes beleefd.
Halfweg de afdaling was er zelfs de mogelijkheid om op de bus te stappen. Dat Rose- en Anne-Mie die kans te baat namen was volledig verstaanbaar en misschien zelfs normaal; dat echter de jongste, en naar eigen zeggen ook dapperste onder ons - Hendrik - zich eveneens geroepen voelde om de weg van de minste weerstand te kiezen, was een eerste teken aan de wand: eens een mietje, altijd een mietje.
Zodoende is bovenstaand schema niet geheel juist: misschien waren we wel allemaal mietjes ?
tmb13Terwijl de busgangers in Courmayeur onder een stralende zon nog verder konden bekomen van de vorige dag, liep Gery in zo’n sneltreinvaart naar beneden dat het vuur letterlijk en figuurlijk uit zijn schoenen kwam: blaren langs alle kanten werden voor de rest van de ganse tocht zijn deel. Vreemd hoe vooral de mannelijke individuen zich af en toe geroepen voelen om zich te manifesteren, zelfs tegen beter weten in.
Onder een zomers zonnetje, op een terrasje van een driesterrenrestaurant, lieten we ons de echte Italiaanse pasta smaken. Een moment van verpozing.

tmb10Nadien kwam de, voor mijn part, lastigste klim van onze tiendaagse. Hij werd eigenlijk door iedereen nog vlot en zonder inzinking verteerd. En toch: objectief gezien was dit niet van de poes. Vanuit Courmayeur, met tussen haakjes een prachtig zicht op de Mont-Blanc himself, moesten we achthonderd meter klimmen naar onze slaapplaats: Refugio Giorgio Bertone, van waaruit het uitzicht nog grandiozer was.
tmb12Boven bij Giorgio konden we, voor het eerst sinds enkele dagen, allemaal een verfrissende douche nemen. We sliepen op een ruime dortoir, bestemd voor een twintigtal personen, en hij lag vol. Het eten was wat minder aangenaam: in een nochtans intrinsiek gezellige ruimte, waar het naar onze normen ijskoud was, kregen we opnieuw semoule met goulash (inclusief wat chippollatta worstjes). Voor het eerst kregen we echter wel een voorgerecht: pasta. Jammer dat het nagenoeg koud was.
tmb11De kachel aansteken ‘s avonds om half acht vonden ze daar blijkbaar de moeite niet meer. We hebben nog eventjes gekaart, maar zijn dan vroeg onder de wol (??) gekropen. De twee Miekes vonden er dan niets beters op dan zich te verwarmen aan de slappe lach, op een dortoir waar toen al een man of acht lag te slapen. Gelukkig waren er nog de heerlijk ruikende dekens om het geluid in te smoren (man, man, man, wat stonken die dekens daar naar ... koeistront).

's Anderendaags zouden we een pracht van een dag en een pracht van een tocht meemaken, zeker één van de hoogtepunten.

06-07-09

TMB-Dag3

tmb_dag3       

Op het schema: vertek Croix du Bonhomme - Col des Fours - Chalet des Tufs - La Ville des Glaciers - Chalet des Mottets - Col de la Signe - Refuge Elisabetta Soldini. Normale wandeltijd: 6u10'.

Steeds maar weer werd slecht weer voorspeld. Zo verbaasde het ons dan ook niet ‘s morgens, na een niet echt verkwikkende nacht, buiten een volledig ondergesneeuwd landschap te zien. En ‘t bleef sneeuwen.
Eerste en onmiddellijke konsekwentie: we zouden moeten afwijken van de geplande route; de Col des Fours (2665 m. hoog op het schemaatje) werd absoluut afgeraden bij slecht weer en/of slechte zichtbaarheid, en wij hadden beide. De op één na hoogste col van onze tocht ging aan onze neus voorbij, zodat het schemaatje dus niet volledig juist is.
We hadden zelfs al onze aandacht nodig om op de gemakkelijke alternatieve route overeind te blijven in de sneeuw.
Maar het bleef natuurlijk niet sneeuwen: naarmate we daalden ging de sneeuw over in regen.
chalet_des_mottetsVan top tot teen kletsnat kwamen we iets na de middag toe in Chalet des Mottets(geen eigen foto), waar we onze kleren konden laten drogen tijdens het middagmaal. De gezelligheid van de chalet kwam in al die ellende niet echt tot zijn recht.
Voor sommige randonneurs was Chalet des Mottets reeds het eindpunt van de dagtocht, maar wij waren geen mietjes, en zouden er nog een flink stukje aan toevoegen. Dat sommige officiele gidsen de wenkbrauwen fronsten toen wij om drie uur ‘s namiddags nog vertrokken voor een drie uur durende tocht over Col de La Seigne, in dat weer, deerde ons niet: wij zouden meer dan 2000 jaar na datum de uitspraak van Caesar nogmaals wat kracht bijzetten.
Toen we buiten kwamen regende het nog steeds.
Maar het bleef natuurlijk niet regenen: naarmate we klommen, ging de regen over in sneeuw.
Een klein uurtje verwijderd van de top - het landschap was dan al volledig wit -  kwamen we een groep ‘tegenliggers’ tegen, met vooraan en achteraan de groep een heuse berggids. Naarmate we verder klommen werd steeds duidelijker waarom daar een berggids bij was: nergens was nog enig merkteken van de route-aanduiding te zien. Er restte ons niets anders dan de voetsporen in de sneeuw nauwgezet te volgen.
Tijdens de beklimming hadden we normaal dit zicht moeten hebben; nu zagen we niets, zelfs onze eigen voetstappen niet.

col_de_la_seigne


Boven op de top van Col de La Seigne (uitzicht ???) belandden we in Italië, en waarschijnlijk omdat de wind op de top meer vrij spel kreeg en de sneeuw deed opwaaien, zagen we plots geen enkel voetspoor meer. col_de_la_seigne_bisWat nu gezongen ?
Na enkele minuutjes stappen in de richting die ons de beste leek - lees: we waren dus eigenlijk verdwaald - zagen we, op een moment dat de wolken eventjes optrokken, op een tweehonderdtal meters van ons vandaan een tiental andere wandelaars, weliswaar in een andere richting dan die die wij uitgingen. Zo snel als mogelijk namen we de kortste weg naar hen, gewoon rechtdoor dus, we zagen toch niet waar putten en rotsen lagen. Daarbij moesten we bij kleine glooiingen door sneeuw waden die tot boven ons middel reikte, eens zakte ik zelfs volledig weg. Al goed dat het niet in een rotsspleet was. We waren dus echt wel gevaarlijk bezig, maar konden niets anders.
Na enkele minuten waren we bij het andere groepje, en wat bleek ?? Zij waren blij van ons te zien, want ze waren ..... verdwaald. Zij dus ook al.
Gezamenlijk besloten we om recht naar beneden te stappen, in de richting die de natuurlijke glooiingen ons aangaven. Waar vroeger de Belgen de dappersten onder de Galliërs waren, toonden we ons nu zeker de slimste: wij bleven veilig achteraan lopen, zodoende het risiko vermijdend ergens in een door sneeuw verdoken spelonk te vallen of iets anders, onverwachts, tegen te komen.
Door de ligging van de bergflanken links en rechts (zie foto hierboven rechts - van internet geplukt, bij ons was alles gewoon grijs die dag) was de kans groot dat we de juiste tmb8keuze gemaakt hadden. En inderdaad, een half uurtje verder kwamen we onder de sneeuwgrens (regen dus) en zagen in de verte iets dat op een pad leek. We waren op goede weg naar onze vierde slaapplaats: Refugio Elisabetta Soldini. Onze dortoir was weer zoals de vorige op Croix de Bonhomme: ontiegelijk klein voor zes personen, en was Dirk er nog geweest, uitzonderlijk ontiegelijk klein voor zeven personen.
Ofschoon er daar wel douches waren hebben we er niet van geprofiteerd: het moreel was eventjes zoek. In tegenstelling met onze vorige slaapplaats konden we onze kleren en schoenen niet drogen: alles moest in de inkomplaats blijven, en juist daar was het een drukte van jewelst, en was vochtigheid troef. In welke toestand zouden we de volgende ochtend weer moeten vertrekken?  Al zeker met natte kleren. Uiteindelijk mochten we ‘s avonds, vlak voor het slapengaan, onze natte uitrusting in de keuken laten drogen, en het was daar heel goed warm dus dat zag er ietsje beter uit.
Het avondeten was middelmatig: soep, puree-aardappelen met cotteletten en een slaatje. Het was tijdens dat avondmaal dat aan Rose-Mie de de eerste vervolmakingsles in ‘hoe gedraag ik mij aan tafel in het bijzijn van Italiaans gezelschap’ werd gegeven. Het zou bij de ene les blijven: het klikte niet tussen leraar en leerling.
‘s Avonds kregen we het goede nieuws dat Dirk veilig en wel in Brugge geland was, en dat zijn onpasselijk gevoel van de eerste dag geen dieperliggende oorzaken had gehad. Doch dit bericht was niet voldoende om het moreel er volledig bovenop te krijgen. Slechts één iets kon de juiste spirit weer tevoorschijn laten komen: de zon.

En ze zou er 's anderendaags zijn, en niet meer weggaan. Behalve 's nachts natuurlijk. En dat leidde voor het eerst sinds ons vertek tot een foto waar sneeuw en blauwe lucht op te zien was: de lange foto links, wel eigen makelij.