07-08-10

Ellen

Ik was bij de eersten in Vlaanderen die over het internet surfte, maar een GSM hoefde voor mij niet. Overal bereikbaar zijn en op de meest onmogelijke momenten kunnen opgebeld worden, niets voor mij. Maar vroeg of laat ben ik toch op die kar gesprongen, al gebruik ik hem maar sporadisch en dan nog meestal voor een sms-je.

Zo ook met de GPS. Ik kon zélf wel kaarten en wegwijzers lezen, niemand hoefde mij te vertellen langs waar ik moet rijden. Maar met twee geplande reizen deze zomer schafte ik onlangs dan toch een toestel aan.
De grote test kwam er eerder deze week, op weg naar Oostenrijk, en op de terugweg.

Mijn vetrouwen in Ellen - want zo heet ze - was al niet bijster groot, want ze weet mij niet eens mijn eigen doodlopende straat in de juiste richting uit te loodsen. En onderweg naar Oostenrijk dacht ik dat ze helemaal de kluts kwijt was. Maar Ellen is slimmer dan ik dacht. Erger nog, Ellen is slimmer dan ikzelf, en da's een pijnlijke vaststelling. Lees maar...

We waren rustig aan het rijden met heel weinig verkeer toen Ellen plots fier verkondigde dat we over 1600 meter de afrit naar rechts moesten nemen. We keken elkaar aan en schoten in een lach: we hadden immers nog ruim 500 km autostrade voor de boeg. Een grandioze miskoop die GPS, dat was nu wel overduidelijk. Natuurlijk trokken we ons daar niets van aan, Ellen was volledig aan het flippen.
Maar ze gaf niet af. Tien km verder wou ze ons weer absoluut het niemandsland insturen, en ze zei er zelfs bij waarom: "druk verkeer vooruit". Helemáál om te lachen natuurlijk, we waren zo goed als alleen op dat stukje autostrade in Duitsland.
Twee km verder stonden we stil: wegwerkzaamheden. Het kostte ons meer dan een uur om 5 km af te leggen.
Ellen was plots in onze achting gestegen.

Maar een man vergeet snel. Zeker als het een vrouw is die denkt het beter te weten.
Op de terugweg, onmiddellijk na een zondvloed die in Vorarlberg 24 uren had geduurd, hadden we de eerste 20 km op de Bregenzerwaldstrasse al alpenweiden die op de baan gespoeld waren moeten doorploeteren, hadden we al ettelijke keren de brandweer zich zien opmaken om ondergelopen wegen af te sluiten toen Ellen ons weer rechts deed afslaan, in een onooglijk klein en kronkelend weggetje dit keer. De verbijstering was zodanig groot dat ik het nog deed ook, maar 200 meter verder zijn we teruggekeerd. Wat dacht Ellen wel ? Was ze helemaal zot geworden ? We waren op amper 5 km van de autoweg die ons binnen de 5 minuten uit Oostenrijk zou brengen. Een stuk autoweg dat we op de heenweg niet hadden genomen (wegens geen vignet), en dat ons een uur stapvoets verkeer in Bregenz had gekost. Ellen lulde wellicht maar wat uit de nek, het kon niet anders.
Vijf km verder zorgde de politie er aan de oprit voor dat niemand de ondergelopen autoweg opkon. Terugkeren naar Ellen haar klein weggetje mocht ook niet: niemand mocht nog het Bregenzerwald in. De enige optie was de autoweg nemen in de verkeerde richting tot aan de eerste afrit: in plaats van alleen door Bregenz zouden we nu én door Lustenau én door Hard én door Bregenz moeten rijden. En vooral: we waren niet alleen. Drie uren later waren we in Duitsland. Nadien, op de kaart, bleek dat Ellen ons op 15 minuten naar Duitsland zou geloodsd hebben.

Vanaf nu luister ik blindelings naar elke stem waarvan de eigenares Ellen heet.