26-02-09

De Grote Straf voor Kleine Geert

Of... hoe blijkt dat ik minstens twee engelbewaarders heb.

Een autobiografisch verhaal waar ik reeds eerder in deze blog op aludeerde.
Het dateert uit de tijd dat er nog geen verliesstroomschakelaars waren, ook nog geen automatische zekeringen en dat veel vaders - ook de mijne - een defekte smeltveiligheid niet omwisselden, maar "repareerden" met een koperdraad, zodat ze zeker niet meer zouden springen.

We schrijven anno 1960.
In een enorm groot herenhuis achter de Sint-Pietersabdij in Gent, met uitzicht op De Schelde, woont de familie xxx. Zoals elke zondag weer opnieuw slooft moeder zich uit om voor haar man en vijf kinderen een heerlijke maaltijd klaar te maken. Vandaag mocht kleine Geert kiezen wat er in moeders potten bereid zou worden. Het is voor niemand een verrassing dat Geert voor spaghetti kiest.
Zoals elke zondag weer opnieuw zitten de vierjarige Geert en zijn jongere zusje op het eerste verdiep, in de immense zaal die ze zelf 'de vergaderzaal' noemen, naar de voorbijvarende binnenschepen te kijken. En ook nu weer, hoe kon het ook anders, duurt het niet lang of Geert begint zijn jongere zusje te treiteren. Ofschoon moeder het hem ten stelligste had verboden kan Geert het niet laten. Zoals steeds kan kleine zus het natuurlijk niet halen tegen haar 'grotere' broer, en moet ze al snel het onderspit delven.
Tegen de klok van half twaalf loopt ze in tranen de trap af en zoekt troost bij moeder. Moeder is het eeuwige geruzie van haar twee jongste spruiten meer dan beu en schiet in een koleire. Geert moet het ontgelden en krijgt ditmaal een naar zijn gevoel keiharde straf: onmiddellijk en zonder eten naar boven, in bed.
Terwijl hij in tranen de trap oploopt, op weg naar het vierde verdiep, naar zijn kamer, roept moeder hem nog na dat hij overal moet afblijven. Want ze kent haar jongste zoon ondertussen al een beetje: alles proberen afbreken of openvijzen. Terwijl Geert, op zijn beurt nu ook in een koleire, naar boven loopt, beseft hij nu pas de o zo zware gevolgen van zijn straf: de geur van de spaghetti hangt in de trapzaal, maar zijn bord zal leeg blijven.....
In zichzelf denkt Geert, bijna luidop zelfs: "en nu ga ik ZEKER ergens aan prutsen", en loopt naar zijn kamer. Eigenlijk is kleine Geert een beetje bang in zijn kamer daar zo hoog op het vierde verdiep. Normaal slaapt zijn grote broer in dezelfde kamer, maar nu is er niemand, ook zijn zussen niet in de kamer ernaast.
Kleine Geert overschouwt de kamer, en ze ziet er precies nog groter uit dan anders. In werkelijkheid is de kamer bijna 10 meter lang en 6 meter breed, maar nu ziet ze er dubbel zo groot uit, met in het midden tegen de muur twee bedjes, anderhalve meter van elkaar. Zijn bedje, en dat van grote broer.
Kleine Geert kijkt eerst wat door het venster, maar meer dan wat onnozele mussen die in de klimop tegen de Sint-Pietersabdij hun nest gemaakt hebben, valt er langs deze kant van het huis niet te zien. Moedeloos loopt hij wat door de kamer, er is daar echt niets te beleven. Opnieuw denkt hij aan de heerlijke spaghetti, en opent de deur van zijn kamer, juist op tijd om moeder te horen roepen naar de rest van de familie dat het eten klaar is.
Kleine Geert wordt nu nog nijdiger, en begint de kamer te doorzoeken naar iets om open te vijzen of om aan te prutsen. Moeder had bevolen om nergens aan te zitten, hij zou haar eens een lesje leren! Hoe durfde ze het om kleine Geert zo maar, zonder spaghetti, naar boven te sturen? Hij moest en zou iets vinden om aan te prutsen.
Eensklaps wordt zijn aandacht getrokken door de schakelaar die aan een lange draad hangt, tegen de muur aan het hoofdeind van het bed van broer. Kleine Geert gaat op het bed van zijn broer liggen en bestudeert hoe hij zo'n schakelaar kan open krijgen. En hij heeft geluk: er is niet eens een schroevendraaier voor nodig. De peervormige houten schakelaar is gemaakt van twee halve peertjes, die gewoon in en uit elkaar draaien. Hij draait de ene helft los, en legt die voorzichtig op het hoofdkussen. Nu heeft hij een halve schakelaar in zijn handjes, met twee rode en twee blauwe draden, en heel veel koperen stukjes metaal.
Kleine Geert weet heel goed dat hij zeer voorzichtig moet zijn, want zijn vader had hem vroeger al wel eens betrapt toen hij een stopkontakt wou losvijzen. Vader had hem toen een serieus standje gegeven, en Geert had heel goed onthouden hoe gevaarlijk dit wel was. Maar toch wou hij wel eens zien hoe dat werkte. Als hij nu eens heel voorzichtig op de knop duwde, die diende om het licht aan te maken, daar juist naast die twee blauwe draden? Dan zou hij zien wat er vanbinnen in zo'n schakelaar allemaal gebeurt.
Voorzichtig houdt kleine Geert het halve peertje in de rechterhand stevig vast, en probeert met zijn linker wijsvinger op het knopje aan het uiteinde te duwen. En het lukt. Nu, dat is interessant, juist op het moment dat het licht aan gaat, springen daar allemaal kleine vonkjes in het rond. Geert probeert het nog eens, en nog eens, en raakt dan plots met zijn linker middenvinger pardoes de twee blauwe draden.
Het ganse lijfje van Geert davert en siddert; voor zijn oogjes vliegen de sterren in het rond en in zijn hoofdje klinkt een kakofonie van allerlei metalen klanken. Hij weet niet wat er gebeurt. Zijn middenvinger verschroeit en in een reflex pakt hij met zijn rechterhand zijn linker pols vast om zijn hand los te trekken van de draden, want hij blijft er aan plakken. Nu begint ook zijn rechter wijsvinger en zijn rechter duim te verbranden, en de kamer vult zich met een afschuwelijke geur van verbrand mensenvlees. Zijn lijfje begint al langs om meer te daveren, en hij gaat op en neer op zijn bedje zoals een vis die spartelt op het droge. De schokken blijven duren en kleine Geert wordt zodanig door elkaar geschud dat hij op de duur op de rand van het bed ligt, en .... eraf valt. Gelukkig is de draad die uit het hoge plafond komt niet lang genoeg, en arme Geert geraakt er van los.
Roepend en tierend loopt hij in vliegende vaart naar beneden, goed beseffend dat hij heel erg ongehoorzaam is geweest. "Ik ga doodgaan, ik ga naar de hel gaan", roept hij steeds weer, tot hij beneden in de armen van zijn moeder valt. Zijn gezichtje staat vol met brandwonden van de rondvliegende vonken, van zijn rechter wijsvinger is het vlees aan de ene kant over gans de lengte weggebrand tot op het been, en van zijn linker middenvinger is het bovenste kootje volledig verkoold als was het een sigaret.
Wie zou denken dat kleine Geert zijn lesje wel geleerd heeft moet ik teleurstellen: van de brandwonden in het gezicht is er weliswaar niets meer te zien, de rechterwijsvinger ziet er van ver ook weer normaal uit, en ook de linkerhand is genezen, met drie vingers die precies even lang zijn. Maar Geert is nog steeds verzot op spaghetti op moeders wijze, en prutst nog heel vaak, en heel graag aan 'den elektriek', zij het wel met kennis van zaken.

18:15 Gepost door Geert in Uit de oude doos | Permalink | Commentaren (3) | Tags: kleine geert |  Facebook

Commentaren

Een heel verhaal, prettig om lezen, en dat lesje heb ik, zei het in (veel) mindere mate ook meegemaakt ;-)

Gepost door: roy | 01-03-09

Wat heb je dit prachtig geschreven.
Het ging als een film voorbij...
Wat een groot geluk dat het draadje tekort was.
En je moeder?
Ze was boos, en dan werd ze boos én verdrietig tegelijk, maar bovenal toch blij, dat haar Geertje springlevend was gebleven!

Gepost door: ank | 01-03-09

Djiezes Geert, wat een verhaal. Ben blij dat je het zoveel jaar na datum nog kan navertellen!

Gepost door: kaatje | 13-09-09

De commentaren zijn gesloten.